Skip to content

  • Home
  • Wie zijn wij
  • Actualiteiten
  • Bibliotheek
  • Formulieren
  • Gezondheid
  • Showagenda
  • Uit de oude doos
  • Links
  • Contact
  • Home
  • Wie zijn wij
  • Actualiteiten
  • Bibliotheek
  • Formulieren
  • Gezondheid
  • Showagenda
  • Uit de oude doos
  • Links
  • Contact

  • Home
  • Wie zijn wij
  • Actualiteiten
  • Bibliotheek
  • Formulieren
  • Gezondheid
  • Showagenda
  • Uit de oude doos
  • Links
  • Contact

Coons, niet voor heel even, maar voor heel mijn leven!

Al zolang ik mij kan herinneren, ben ik gek geweest van katten. Altijd was ik bezig met het opvangen van zwervertjes, weliswaar van alle pluimage, maar meestal kittens of katten. Stiekem werden vlees en andere kliekjes uit de koelkast gepakt om ze te voeren en geheime verblijfplaatsen ingericht…

Vanaf mijn achtste heb ik, samen met mijn pleegmoeder, een grote groep zwervers van zo’n 40-60 katten aan de Catharijnekant van het Academisch ziekenhuis in Utrecht verzorgd: twee keer per dag eten neerzetten (wekelijks werd 25 kg wijting gekookt, ontgraat en vermengd met ‘hot diner’, een soort gevriesdroogd voer voor honden en katten dat met vocht vermengd moest worden), winterschuilplaatsen maken en twee keer per jaar vangacties in samenwerking met de dierenbescherming om de katten te castreren en in te enten.

Toen ik begin tachtiger jaren ging samenwonen, kocht ik mijn eerste raskat: een Perzisch Chinchilla en een ‘ oops persje’  als gezelschap en later nog een Brits Korthaar. Allen zijn ze rond de 17-19 jaar oud geworden. Tegen het eind van de vorige eeuw kwam ik met de Maine Coon in contact en toen was het hek van de dam!

In eerste instantie was de fokster van mijn eerste Coondame mijn informatiebron, later kwam ik bij toeval in contact met Gregor Bekker (Cattery Oakenshields) die vervolgens voor een lange periode mijn mentor werd. Mijn honger naar informatie over katten, op een heel breed vlak, is nooit afgenomen! Iedere lezing of cursus waar ik voor kan inschrijven, pak ik met veel interesse aan. Om maar wat te noemen: lezingen van de RMC, Felcan, Felikat, Mundikat, NOK, Royal Canin, Universiteit van Gent, Aeres opleidingen en nog wat instanties.

Ik werd lid van Felikat (en de Rasclub Maine Coon), registreerde mijn catterynaam, Feline Fantasy, en fok nu zo’n 20 jaar Maine Coons en ik kan me echt niet voorstellen dat ik ooit naar een ander ras overstap! Als ik ergens van overtuigd ben, is dat fokken niet zomaar een hobby is; het is een levensstijl waar alle huisgenoten in meer of mindere mate bij betrokken zijn!

Het fokken van Maine Coons… Ik kan daar een boek mee vullen! Zoveel prachtige  herinneringen, zoveel geweldige kattenmaatjes. Maar natuurlijk ook wel zorg en verdriet. Ik  denk dan altijd even aan een opmerking die iedere keer dat de RMC een lezing over zwangerschap en bevalling organiseerde werd gebruikt: als je maar lang genoeg fokt, maak je alles wel een keer mee!

Mijn groepsgrootte varieert een beetje tussen de 10 en 12 katten. Ongeveer de helft daarvan zijn castraten, want herplaatsen om ruimte te maken, dat kan ik niet! Dan zet ik liever het fokken voor een periode op een lager pitje tot ‘natuurlijk verloop’ weer een nieuwe deur opent. Ik ben er van overtuigd dat de samenstelling van de groep, katten van verschillende leeftijden, zorgt voor harmonie en stabiliteit in de groep. Favorieten? Nee dat zou ik niet weten! Wel zijn er altijd katten die een diepere connectie maken. Ik noem ze ‘mijn soulmates’. Ik heb er in mijn tijd met Coons verschillende gehad en ook op dit moment zijn er twee in mijn huis die net dat beetje ‘dieper onder mijn vel zitten’. Ze verrijken je leven, delen vreugde en trots, geven je troost maar ook groot verdriet…

Ik hoor mensen wel eens zeggen: ik begin niet aan dieren, want het verdriet als ze overlijden is te groot. Ja, iedere keer dat ik afscheid moet nemen, of ze nou net geboren zijn of ruim 18 zijn, sterft er ook een stukje van mijn hart. Maar aan de andere kant: ik zou niet zonder de vreugde kunnen die ze me brengen! Horen verdriet en vreugde niet gewoon bij het leven? Wat ik al zei: het is een levensstijl en niet zomaar een hobby.

Wat wel tot een dierbare hobby is uitgegroeid is het showen met mijn Coons! Inmiddels zijn we half Europa wel afgereisd, aan talloze shows deelgenomen en geweldige (internationale) vrienden gemaakt!  Het was ook op een show, begin 2005, dat Lia van Reenen mij aansprak en vroeg of ik interesse zou hebben om in het bestuur te stappen van de Rasclub. En dat heb ik gedaan. In de afgelopen 15 jaar heb ik onafgebroken in het bestuur deelgenomen, maar ook een aantal andere taken uitgevoerd. Ik heb bijna tien jaar de redactie van It’s Coontime! aangevoerd, veel op het gebied van vormgeving en communicatie gedaan, een aantal lezingen mogen geven, en ik heb een aanzienlijk aandeel in de organisatie van een groot aantal kittenshows gehad. Tot twee keer toe ben ik nauw betrokken geweest bij de organisatie van een Internationale Maine Coon Only show. Echt super leuk!!!

Door al die jaren heen is de populariteit van de Maine Coon alleen maar toegenomen. En hoewel ik daar best soort van trots op ben dat anderen ook de grote charmes van dit ras ontdekken, is populariteit ook een zorgelijke ontwikkeling. Zeker als mensen besluiten op te moeten vallen door ‘rariteiten’…

Het lijkt bijna onvermijdelijk dat in de fok sommige mensen zich proberen te onderscheiden door bepaalde raskenmerken tot hun enig doel te stellen. De van nature wildlook wordt doorgetrokken tot schuine, diepliggende ogen om een ‘nog bozere look’ te bereiken. Kinnen die zo prominent worden gefokt dat er een onderbeet ontstaat, oortips die zo lang en dik zijn dat het bijna een storend onderdeel van de kop is geworden, oren die een haas niet zouden misstaan en ga zo maar door. De nieuwste ontwikkeling lijkt het fokken van dominant verervende blauwe ogen in Maine Coons zonder of met heel weinig wit. Een beetje jammer dat deze ‘trait’ zijn de oorsprong heeft buiten het stamboek van de Maine Coon!  Ook enorm populair zijn Coons de kleurstelling shaded. Aan het feit dat sommige van deze katten zo slecht getypeerd zijn dat het nog amper Maine Coons genoemd mogen worden, wordt in deze hype blijkbaar aan voorbij gegaan, want de kleur is het belangrijkste. Mag ik even er op wijzen dat kleur slechts 5 van de 100 punten is in de rasstandaard?!

Dit soort ontwikkelingen maken mij erg ongerust. Ik zie soms beginnend fokkers, niet gehinderd door enige kennis van het ras, van fokken in het algemeen of van diverse gezondheidsaspecten,  gewoon vrolijk aan de slag gaan. Geen enkele lijnkennis, niets! En dan ook zonder enige aarzeling anderen van ‘adviezen’ voorzien op social media zoals Facebook.  Sorry, maar het lijkt soms alsof het enige fokdoel het zo snel mogelijk zo veel mogelijk roem vergaren of (nog verdrietiger) financieel gewin behalen is! Maar niet alleen het gedrag van fokkers vind ik zorgelijk. Ook kopers lijken het vooraf verzamelen van informatie niet nodig te vinden. Soms met als gevolg veel leed van zowel dier als mens.  Vooral nu, in deze COVID tijden, is de vraag naar kittens enorm. Iedereen wil per direct een kitten, ongeacht welke omstandigheden dan ook. De combinatie van deze ontwikkelingen zijn in mijn ogen een perfect recept voor problemen. Ik zou willen dat ik er een oplossing voor had!

Ondanks dit alles fok ik zelf nog altijd met veel passie en trots en daar zie ik ook voorlopig nog geen verandering in komen. Ik geniet nog te veel van het krijgen van kittens, ze uit zien groeien tot mooie, lieve en imposante Maine Coons. Ik mis in deze tijden het showen en hoop daar snel weer mee te mogen beginnen. Zelfs al zou ik ooit stoppen met fokken en showen, een leven zonder Coons? Nee, dat kan ik me echt niet voorstellen!

Developed by Shuttle Themes. Powered by WordPress.