Skip to content

  • Home
  • Wie zijn wij
  • Actualiteiten
  • Bibliotheek
  • Formulieren
  • Gezondheid
  • Showagenda
  • Uit de oude doos
  • Links
  • Contact
  • Home
  • Wie zijn wij
  • Actualiteiten
  • Bibliotheek
  • Formulieren
  • Gezondheid
  • Showagenda
  • Uit de oude doos
  • Links
  • Contact

  • Home
  • Wie zijn wij
  • Actualiteiten
  • Bibliotheek
  • Formulieren
  • Gezondheid
  • Showagenda
  • Uit de oude doos
  • Links
  • Contact

Algemeen

Maine Coon: de Grote Vriendelijke Reus

Maine, één van de zes staten van Nieuw-Engeland in het uiterste
noordoosten van de Verenigde Staten. Een streek vol glooiende heuvels, vele dichte naaldbossen, ruige bergen en een erg gevarieerde kust. Van grillige rotsen in Maine tot zanderige stranden in Connecticut. Er zijn ontelbare meren en uitgestrekte zoutmoerassen te vinden. Het westen en noorden worden gedomineerd door de Appalachen. Een hard en ruig land met milde, korte zomers en lange, koude winters. Het is hier dat de kinderwieg heeft gestaan van een van de oudste Amerikaanse katten-
rassen dat tegenwoordig vele harten doet kloppen: de Maine Coon!

Oorsprong

De oorsprong van de Maine Coon is net zo ondoorgrondelijk en in nevelen gehuld als het land waar het ras is ontstaan. Bijzondere, romantische en zelfs fantastische mythen gaan er over de oorsprong van deze halflangharige, gedomesticeerde kat.

De meest grappige is gelijk ook de meest ongeloofwaardige, namelijk dat de Maine Coon is ontstaan door een kruising van een verwilderde kat met een wasbeer (raccoon). Net als de wasbeer heeft de Maine Coon een dikke, dichtbehaarde staart met zwarte ringen en net als bij de wasbeer kan je bij de Maine Coon aan zijn voeten iedere teen heel gedefinieerd zien zitten (in tegenstelling tot de meeste katten die een voetje hebben dat uit één geheel lijkt te bestaan). De wasbeer zou gelijk ook de tweede helft van de naam verklaren. Genetisch gezien is zo’n kruising volkomen onmogelijk natuurlijk, maar het is wel een heel leuk verhaal!

Meer aannemelijk is de volksvertelling van de Engelse zeevaarder, kapitein Charles Coon, die op zijn schepen ook halflangharige katten had (naar alle waarschijnlijkheid Noorse Boskatten) om zijn schepen vrij te houden van ongedierte. Telkens als Kapitein Coon in Nieuw-Engeland aanmeerde en zijn matrozen walverlof gaf, deden de scheepskatten hetzelfde! Toen er steeds meer halflangharige kittens begonnen te verschijnen in de nesten van de lokale wilde katten, begon men deze steeds vaker “Coon’s katten” te noemen.

Een andere legende is die van Marie Antoinette’s geliefde langhaar katten. We hebben het dan over de tijd rondom de executie van de Franse koningin, ergens aan het eind van de 18e eeuw.
Er zijn documenten bewaard gebleven die ons vertellen dat tijdens de Franse Revolutie complotten werden gesmeed om de koningin uit Frankrijk naar de Verenigde Staten te krijgen met medewerking van een zekere kapitein Samuel Clough, die zelf uit Maine kwam. In brieven van de kapitein aan zijn vrouw, vraagt hij haar het huis zo comfortabel mogelijk te maken zodat de koningin bij de kapitein en zijn familie kan intrekken. Uit de vrachtlijsten blijkt ook dat er dure meubelen en andere eigendommen aan boord van het schip waren, waaronder ook zes langharige katten. Na de onthoofding van Marie Antoinette in 1793, eiste niemand de Koninklijke eigendommen op en zo gebeurde het dat de katten in Maine bleven en zich daar vermengden met de locale kattenbevolking.

En dan is er nog de legende die de meeste fokkers als waar beschouwen, en die in tijdsetting misschien ook wat beter past. Het is een geaccepteerd feit dat de gedomesticeerde kat (Felis catus) zijn oorsprong vindt in de landen rondom de Middellandse Zee. Dit betekent dat voor de ontdekking van Amerika, er daar geen gedomesticeerde katten voorkwamen. Ergens aan het eind van de 1e eeuw hebben de Vikingen voor het eerst een voet aan wal gezet in Amerika en hebben daar nederzettingen gesticht. Het is heel goed mogelijk dat er ook Noorse Boskatten door de Vikingen zijn meegenomen, die zich vermengd hebben met inheemse wildpopulaties zoals de bobkatten en dat zo de eerste gedomesticeerde Amerikaanse katten zijn ontstaan, waaronder ook de Maine Coon.

De Maine Coon is een natuurras.

Dit betekent dat het ras is ontstaan zonder (bewuste) inmenging van mensen. Evolutie heeft er in de koude, ruige omgeving van Nieuw-Engeland voor gezorgd dat de Maine Coon is toegespitst op het overleven onder barre omstandigheden. Het is een groot gebouwde en krachtige kat. Zijn dikke, waterafstotende vacht houdt hem warm in de koude winters. Grote, wijde ogen en oren (die van binnen en van buiten goed behaard zijn tegen de kou) verzekeren de Maine Coon een meestal succesvolle jacht. Ook de lange en vol behaarde staart draagt bij aan zowel de koubestrijding als aan wendbaarheid en precisie tijdens de jacht. Een brede, sterke borst zorgt voor kracht en uithoudingsvermogen. De mooie ruige kraag geeft de Coon een woest uiterlijk; met mij valt er niet te spotten! En dan die grote voeten voorzien van veel teenhaar en scherpe klauwen! Het resultaat is niet alleen een soort natuurlijke sneeuwschoenen, maar ook de belofte dat geen knaagdier of vogeltje veilig is voor deze
superieure jager! De wet der natuur zorgde ervoor dat de beste, sterkste jagers overleefden.

De merendeels boerenbevolking van Maine hechtte grote waarde aan een uitstekende muizer als de Maine Coon, maar er moest natuurlijk geen heibel ontstaan met de andere boerderijbewoners. Het heeft de Maine Coon gevormd tot een intelligente, zeer relaxte, vriendelijke, sociale kat. Waarbij de katers soms een beetje clownesk uit de hoek kunnen komen en de dames vaak toch iets meer waardigheid hebben. Bereid u in ieder geval voor op een kletsmajoor met een groot scala aan verschillende prrrrieuws en praauws, die altijd het laatste woord wil hebben! Maar meestal met een verbazingwekkend zacht stemmetje voor zo’n grote lobbes! De Maine Coon ontwikkelt zich heel traag en is pas rond zijn vierde levensjaar helemaal uitgegroeid. Speels blijven ze meestal hun hele leven lang. Er zijn veel Maine Coons die trucjes zoals apporteren hebben geleerd en ook hun grote fascinatie voor water draagt er toe bij dat ze vaak ‘de hond onder de katten’ worden genoemd.

En zo ontstond deze Grote Vriendelijke Reus. Hoewel de locale bevolking al eerder hun ‘beste muizer’ of ‘mooiste kat’ meenam naar countryfairs, is de eerste verwijzing naar een Maine Coon op een kattenshow pas van 1861. In 1865 won Cosey, een black tabby poes, als eerste Maine Coon de Best in Show op de Madison Square Gardens Cat Show. Aan het begin van de 20ste eeuw verliest de Maine Coon terrein aan onder anderen de Pers, maar vanaf 1968 wordt door de formatie van de MCBFA (Maine Coon Breeders and Fanciers Association) weer nieuw leven ingeblazen in de populariteit van de Maine Coon en wordt het ras erkend door de meeste grote kattenverenigingen.

Doordat er verschillende kattenverenigingen bestaan, zijn er ook een aantal verschillende rasstandaards. De meest gehanteerde zijn die van de FiFé, de Tica en de CFA. Over het algemeen zijn de verschillen
echter minimaal. Allen omschrijven een goed gespierde, grote kat, met een vierkante snuit, een rond voorhoofd en een welving in de neuslijn. Grote, rechtopstaande oren met pluimpjes en lange oorharen. Een halflange vacht die op de kop, poten en schouders wat korter is dan aan de flanken, buik en broek. De staart is lang en vol behaard en een kraag is zeer wenselijk. Alle kleuren zijn toegestaan behalve de pointtekening, de kleuren chocolate, cinnamon, lilac en fawn en de burmese factoren.
Iedere hoeveelheid wit is toegestaan, even als alle oogkleuren. De verschillen die er zijn in de rasstandaards zijn nuanceverschillen; bijvoorbeeld als we het over grote kat hebben, hoe groot is dat dan?

Populariteit

Vanaf 2000 neemt het ras echt een vlucht en wordt de Maine Coon het meest populaire (half) langhaarras. Vandaag de dag is de Maine Coon in Europa vaak het best vertegenwoordigde ras op shows en eindigt hij meestal in de top drie van populariteitslijstjes. Maar populariteit heeft ook een keerzijde… Met alleen al in Nederland zo’n 500 tot 600 geregistreerde Maine Coon fokkers is het niet makkelijk om het kaf van het koren te scheiden.

Over het algemeen wordt de Maine Coon beschouwd als een sterk en gezond ras. Uit de cijfers van een Zweedse dierverzekeraar blijkt dat de gemiddelde levensverwachting van een Maine Coon op >12,5 jaar ligt. Er zijn echter wel een aantal mogelijke gezondheidsproblemen bekend, waar door zowel fokkers als geïnteresseerden wel op gelet moet worden.

Grootste gedomesticeerde kattenras

De Maine Coon is het grootste gedomesticeerde kattenras. Katers wegen gemiddeld tussen de zeven en acht kilo, maar uitschieters naar negen, tien of zelfs meer zijn geen uitzondering. Poezen zijn over het algemeen een stukje kleiner (rond de vijf tot zes kilo), maar ook de dames hebben af en toe een uitschieter naar de acht of negen kilo. Met deze afmetingen moet er zorgvuldig gelet worden op het voorkomen van gewrichtsproblemen zoals Patella Luxatie (een afwijking aan de knieën) en Heupdysplasie. Een ander mogelijk probleem in wording is SMA (Spinal Muscular Atrophy); een op den duur letale aandoening die een degeneratie van de rugzenuwen veroorzaakt met ernstige verlammingen tot gevolg. Tot op heden zijn er zeer weinig gevallen van SMA bekend in Nederland en zijn deze terug te herleiden naar een klein aantal gezamenlijke voorouders. Maar aangezien dit een aandoening is die “ongezien kan meeliften” in een populatie, is het zeker zaak om hier op te letten! Een ander aandachtspunt is HCM (Hypertrofische Cardio Myopathy). Deze genetische aandoening veroorzaakt een verdikking van de hartwand waardoor het hart steeds meer moeite heeft met het rondpompen van bloed. Helaas voor de Maine Coon is er in het verleden een groep Maine Coons gebruikt voor onderzoek naar deze afwijking. Hierdoor heeft het ras ten onrechte een slechte reputatie gekregen. Waarmee niet gezegd wordt dat HCM geen probleem of zorg is, want dat is het wel degelijk! Maar uit steeds meer veterinaire gegevens blijkt dat de Maine Coon echt niet meer risico loopt dan andere rassen.

Rasclub Maine Coon

De RMC, de Nederlandse rasclub voor Maine Coons, is onder anderen heel actief op het gebied van voorlichting, advies, en gezondheid. Geïnteresseerden kunnen zich altijd tot de RMC wenden, zodat men goed beslagen ten ijs komt als er een kitten (of volwassen kat) uitgezocht gaat worden.

Het advies van de rasclub aan geïnteresseerden is voor een deel vaak wat je met een beetje gezond verstand zelf ook kan bedenken: doe geen impulsaankoop!

Een kitten is géén modeaccessoire dat je volgend seizoen weer weg kunt doen. Zeg altijd dat je er even thuis over gaat nadenken voordat je een beslissing neemt. Kijk tijdens je bezoek goed rond. Zien de katten er verzorgd en gezond uit? Zie je geen vieze oren, ogen, neusjes of billen? Kruipen de katten niet weg voor bezoekers, maar komen ze vrij snel nieuwsgierig op je af? Maken de dieren deel uit van het huishouden of worden ze apart gehouden? Voelen de dieren zich op hun gemak in het huishouden? Is het een goed verzorgd huishouden? Is de moederpoes bij de kittens aanwezig? Kan de fokker testresultaten van de ouders overhandigen? (voor welke testresultaten er geadviseerd wordt, kunt u het beste even kijken op de website of contact opnemen met de RMC). Zijn alle papieren die bij het kitten horen (stamboom, entingsboekje) in orde? Wordt het kitten niet te jong aangeboden? Een kitten mag volgens de meeste rasverenigingen pas vanaf 14 weken verhuizen! En wees in het geval van wanpraktijken vooral niet de ‘redder’… Door een ziek, zielig kitten te ‘redden’ worden wanpraktijken in stand gehouden. U kunt veel beter de fokker aangeven bij de vereniging waar deze is aangesloten, of bij de dierenbescherming.

Door Monique Beekmans, Cattery Feline Fantasy

Developed by Shuttle Themes. Powered by WordPress.